woensdag 25 augustus 2010

Under New Management

Saaie blogs hebben eens in de zoveel tijd nood aan volledige vernieling.

Hamer, bijl, tuinschaar, 88-mm kanonnen, you name it. Denk destructief. Denk Perez Hilton op een Salvia-trip.

Wat overblijft is afval. Denk chaos. Denk anarchie. Denk Kant en Nietzsche sumoworstelend op een blitzy vuilnisbelt.

Just the way we like it.

Orka en Ik

Een wandelende orka zette zich naast me. Dat mocht want er zat niemand. De orka zei: "Jesus."

"Jesus," dat zei hij, op z'n Amerikaans, terwijl hij met een zakdoek het zweet op zijn slapen depte.

Ik vroeg me af of de orka toevallig Amerikaans was. Dat kon want het was een dikke orka.

De orka zuchtte vermoeid op een manier zoals alleen orka's dat kunnen. Dat wil zeggen: hij gebruikte zijn spuitgat in plaats van zijn mond (zoals niet-orka's dat wel doen).

Daarna zei hij tegen niemand in het bijzonder: "Het is zo fucking warm vandaag. "

De orka sprak met een licht Zuid-Hollands accent, het soort waar je van hoort dat het eerder Brabants dan Zeeuws geoefend is.

Ik deed mijn best om mijn teleurstelling te verbergen. Een Zuid-Hollandse orka is natuurlijk oneindig minder interessant dan een in-eender-welke-windrichting-wonende Amerikaanse orka.

"Bwa." Ik vond eigenlijk dat het met die warmte nogal meeviel. Ik vond dat die orka niet zo hard hoefde te zagen en misschien maar beter iets aan zijn gewicht zou doen. Maar ik bleef beleefd. "Bwa."

De orka zuchtte nog eens en deze keer kreeg hij wat orkakwijl op mijn revers.

"Nou, sorry, hoor. Maar het is toch zo godversodemieterd warm vandaag."

"Mja. 't Is meestal wel zo warm hier, hoor."

"Nou, ja, dat is natuurlijk het probleem met dit achterlijk kutland. No offence, maar zelfs het weer heeft geen-greintje-fucking-respect voor de behoeften van de zwaardwalvis."

Dat vond ik erover. Ik keek op van mijn ijsje en sloeg mijn dreigendste toon aan.

"Fuck you, orka. Dit mijn land en je mag altijd teruggaan als je het niet aankan. Zagevent."

Daar kon de orka niet mee lachen. Hij meende dat ik geen recht had zo te spreken tegen een meerderjarige en bla-bla-bla.

Altijd maar zagen die orka's. Altijd maar zagen.

't Is niet dat ik racist ben. Mensen vragen mij soms: "Hey, gij zijt racist, of wat?", op een toon waaruit ik afleid dat het helemaal geen vraag is.

Ik zeg altijd dat ik geen racist ben. Ik ben ook geen racist. Ik verlang soms gewoon terug naar die goeie oude tijd, weet je wel. Toen orka's nog niet wandelden en nog niet spraken. Dat was de tijd.

Mijn grootvader praat er soms nog over. De tijd. En ik kan je verzekeren, dat was 'em, de tijd.

Dat was 'em helemaal.


maandag 5 juli 2010

Twee

De twee jonge obers begroeten elkaar elke keer met een geheimzinnige glimlach als ze elkaar kruisen. Niemand in het restaurant lijkt het te merken. Tenmidden de jammerende toeristen, het aan- en afvoeren van goedkope wijn en het gebrul van de hotelchef, is dit hun momentje. De manier dat hun ranke lichamen zich weer uit elkaar haasten, verraadt dat ze er nog niet helemaal vetrouwd mee zijn. Hun bewegingen te klein voor hun ledematen. Ik schat ze achttien of negentien.

De jongen met het donkerste vel wendt angstig zijn blik af als hij me tijdens het onbijt geamuseerd hun momentje ziet delen. Ik wil hem zeggen dat het allemaal zo erg niet is.

De avond voor ik uitcheck zit ik nog even langs het zwembad om me heen te staren. Alle toeristen zitten voor de tv. Al het personeel zit voor de tv. De waterfilter mort en pruttelt. Achter een donker raam zie ik hoe twee jongens elkaar kruisen. Schichtig wisselen ze een kus. Ik merk hoe een van hen een seconde zijn ogen sluit.

Daarna jagen hun ranke lichamen zich uit elkaar op een manier die verraad dat ze er nog niet helemaal vertrouwd mee zijn. Ik schat ze achttien of negentien.

Ik wil hen zeggen dat het allemaal zo erg niet is.

De Badmeester

De badmeester vist de bladeren uit het zwembad; dat is zijn job. Hij staat langs het water met die lange stok van hem.

Als een van de bomen rondom een blad lost, gaat hij als volgt te werk: hij pakt zijn lange stok en vist het eruit. Dat is zijn job.

Als het zwembad proper is, houdt hij het in de gaten. Met zijn lange stok in de aanslag kijkt hij bezorgd toe. Hij is er niet gerust op. Er moest maar eens een blad lossen. Ook dat is zijn job.

Ik neem aan de hij overdag fantaseert over een uniform en 's nachts droomt over fooien. Over een schouderklopje of een beloning voor het goede werk. Misschien verdenkt hij zichzelf ervan zich niet hard genoeg in te zetten.

De dag erop probeert 'ie dus beter. Hij ontwikkelt nieuwe technieken voor het vissen, kan het vallen van de bladeren intussen al voorspellen aan de hand van de wind.

Want de badmeester vist de bladeren uit het zwembad; dat is zijn job.

Nu al veertig jaar.

Negers

De dame achter de balie vroeg me of ik al van negers gehoord had.

Ik knikte; dat had ik. Ze bewoog haar hoofd naar links en recht op een manier die men tragisch kon noemen. 'Tsss,' zei ze. 'Negers.'

Ik wachtte geduldig tot ze mijn paspoort zou afstempelen. In plaats daarvan keek ze argwanend naar de zwarte jongeman in de verte.

'Negers.'

'Ja,' zei ik.

'Hebt u negers in Belgie?'

'Eh.'

Ze glimlachte haar parelwitte tanden bloot en knikte gedecideerd. 'Ooit kom ik naar Belgie.' Haar geschater tuimelde door de marmeren hal. De jongeman in de verte keek om. Gealarmeerd trok ze een wenkbrauw op en snoof in de lucht.

Haar zwarte hand zweefde nog steeds boven het rode boekje.

Onze ogen ontmoetten elkaar. Nu glimlachte ook ik. Wat kan een mens anders?

zaterdag 20 maart 2010

Under The Cold Street Lights

Ziehier: de zon schijnt, alle wollige knuffelbeesten kruipen bedeesd uit hun onderaards holleken en -- boempatat! -- daar heeft ook het wollige Arid stoemelings een nieuwe plaat uit. Under The Cold Street Lights is hun vijfde al, maar Steverlinck, Du Pré en Van Havere claimen dat ze nog niets van hun ambitie verloren hebben. Dat vraagt om een check-up, heren!

Met leadsingle Come On zal alvast weinig mislopen. Dat weidse refrein. Die schroeiende strofen. Zalig. Combineer met een goede scheut lentelucht, één open raam naar keuze en wat pk onder de voet, en sta zelf in voor de gevolgen. (Iedereen: “IIIII Lie With Youuu Tonight!”)

Maar krijgt de rest van het album de belofte van Come On ingelost?

Ja en nee. En meer nee dan ja, eigenlijk. Costum Gold (Santigold meets The Killers) kan nog mee, maar zowel Lock And Chain als All That’s Here Is All That’s Left mogen zo op “Knuffelrock: Oma Wil Ook Wat”.

Ook vreemd: het ruige, hoekigere geluid dat ze introduceerden op opener The Flood en Come On wisselen ze nadien even snel weer voor traditionelere bezettingen. Begrijpe wie begrijpe kan, want in de tweede helft verkent Arid wél nieuwe creatieve grond, en dat gaat hun veel beter af. Goed, zelfs, zo bewijst hun semi-uitstapje naar electronica/dubstep (Broken Dancer).

Mogen de lyrics in het vervolg ook meer zijn dan wat halfslachtig poëtisch gewauwel? “Baby this lock and chain / are weighing me down again / and I know this rhythm get hard to hold / baby this love so beautiful” lijkt immers verdacht veel op klinkklare nonsens.

Eerlijk? Under The Cold Street Lights mist iets. Waar is de oempf, dat chilled-to-the-bone-moment? Waarom klinkt alles zo... veilig? Saai? Het is gewoon moeilijk niet te concluderen dat Arid, wat ze zelf ook mogen beweren, iets verloren hebben het afgelopen decennium. Dat sprankeltje inspiratie -- die oempf -- waarvoor New York destijds zwichtte, is zoek. En da’s behoorlijk jammer.

http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Symbol_thumbs_down.svg

Met de hakken over de sloot net geen kotsende jongen.

24 City

In hartje Chengdu (dat ligt, voor de geografisch gehandicapten onder ons, in zuidwestelijk China) vind je tegenwoordig een modern “urban development”-complex dat 24 city heet. Het is het soort plek waar buitenlandse toeristen, die eeuwig wandelende portefeuilles, met de glimlach en de vragende, open hand op hun wenken bediend worden. Zulke westerse oases schijnen even onbesproken als de parelende fonteinen in de lobby’s. Toch?

Honk! Fou-tief! Jia Zhang Ke, je al dan niet bekend van het statige (en toepasselijk genoemde) Still Life, neemt ons mee naar de Chengdu Engine Corporation, de staalfabriek die men sloopte 24 city neer te poten. Aan de hand van negen interviews toont hij ons, anekdote per anekdote, de wrange geschiedenis van die site.

PAKKENDE VERHALEN

24 city laat zich bekijken als een Vlaams tapijt. Elk detail op zich intrigeert, maar het is pas als je overzicht krijgt op het geheel dat alle puzzelstukjes mooi in elkaar vallen. De negen geïnterviewden praten over de glorieuze begindagen van de fabriek, de economisch moeilijke jaren ’70 en haar laatste dagen. Drie generaties Chinezen aan het woord. Elk met een radicaal andere kijk op de vorige en volgende.

Maar in feite is 24 city überhaupt niet het relaas van de Chengdu Engine Corporation. Zelfs de slimme kritiek op de Chinese staat die het verbergt, doet er niet toe. Wat aangrijpt is het boeiende portret van de kleine man. Het zou makkelijk zijn om één van hun pakkende verhaal te citeren, en oorspronkelijk wou ik daar ook mee openen, maar ik ga het laten. Hun verhalen behoren aan henzelf.

TRAAGJES, GESTAAGJES

Net zoals in Still Life neemt Jia Zhang Ke wel de tijd om dingen te vertellen. Hij bouwt – trààgjes – een indringende sfeer op. Shots houdt hij ten minste een volle minuut aan. Die koppigheid siert hem, maar leidt ook de aandacht af. Een groot deel van het publiek zal immers afhaken nog voor de film op, eh, snelheid komt. En het sappigste gedeelte missen.

Het is immers maar tijdens de aftiteling dat de hele puzzel gelegd kan worden. Als je tijdens de film hier en daar iets vreemd opmerkte -- een handeling die wat raar aandeed, een bizarre conversatie: no worries. Het hoort allemaal bij het clevere partijtje schaak dat Jia Zhang Ke met je speelt. Winnen zul je niet. Zet je daar dus even over, huur 24 city en zet je gemakkelijk in de zetel. Let op en de kans is groot dat je uit diezelfde zetel als een completer mens weer opstaat.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Symbol_thumbs_up.svg

How's that for a recommendation?